ECLI:NL:CRVB:2022:810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging toeslag na vertrek naar buitenland gegrond verklaard met voldoende compensatie
Appellant, die naast de Turkse ook de Nederlandse nationaliteit had, ontving sinds 1998 een WAO-uitkering en vanaf 2014 een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Na zijn verhuizing naar Turkije en afstand van de Nederlandse nationaliteit beëindigde het UWV de toeslag op grond van artikel 4a TW vanwege de woonplaatseis.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant geen beroep kon doen op het associatierecht zoals neergelegd in Besluit 3/80 van de Associatieraad EG-Turkije. De Raad concludeert dat appellant op het moment van vertrek aan de woonplaatseis voldeed en dat een gunstiger behandeling dan EU-burgers onverenigbaar is met artikel 59 van Pro het Aanvullend Protocol.
De Raad deelt het oordeel dat de afbouwregeling, waarbij de toeslag over drie jaar wordt afgebouwd, voldoende compensatie biedt voor de schending van het vertrouwensbeginsel. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De toeslag is terecht beëindigd wegens vertrek naar Turkije en de afbouwregeling biedt voldoende compensatie.