Uitspraak
20 4383 ZW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
(SBC-code 265110) met de hoogste lonen berekend dat appellant nog 84,17% van zijn zogeheten maatmaninkomen zou kunnen verdienen.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatstelijk werkzaam als automonteur, meldde zich ziek met hart- en psychische klachten. Het UWV verklaarde hem hersteld en beëindigde zijn Ziektewet-uitkering nadat een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek had vastgesteld dat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen via geschikte functies.
Appellant maakte bezwaar en voerde medische beperkingen aan, ondersteund door psychologische rapporten. Na herbeoordeling handhaafde het UWV het besluit. De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en de berekening van verdiencapaciteit juist, en wees het beroep af.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Raad volgde de rechtbank. De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende onderbouwd zijn, dat de diagnose ADHD niet leidde tot andere beperkingen, en dat nieuw ingebrachte informatie niet tot een ander oordeel leidt. Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellant wordt terecht beëindigd omdat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.