ECLI:NL:CRVB:2022:870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde bijschrijvingen op bankrekening
Appellante ontvangt sinds 2010 bijstand en heeft in het kader van een heronderzoek bankafschriften overgelegd. Het college heeft de bijstand herzien en teruggevorderd over de periode januari 2019 tot en met januari 2020, omdat bijschrijvingen van derden niet waren gemeld en als inkomen zijn aangemerkt.
Appellante stelde dat het ging om leningen vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder het onder bewind staan en het ontvangen van leefgeld dat onvoldoende was. Zij voerde aan dat zij de bedragen moest terugbetalen en daarom geen inlichtingenverplichting had geschonden.
De Raad oordeelt dat leningen niet zijn uitgezonderd van het middelenbegrip en dat het niet relevant is of terugbetaling heeft plaatsgevonden. Omdat appellante de volledige bijstandsnorm ontving en leefgeld van de bewindvoerder kreeg, was zelfstandig lenen niet redelijk. Appellante had de bewindvoerder kunnen corrigeren via de kantonrechter.
De bijschrijvingen zijn terecht als inkomen aangemerkt, en appellante heeft haar inlichtingenverplichting geschonden. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand bevestigd.