ECLI:NL:CRVB:2022:892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens duurzaam geen benutbare mogelijkheden
Belanghebbende was sinds 2011 arbeidsongeschikt en ontving een WGA-uitkering. Appellante verzocht in 2019 om herbeoordeling met het standpunt dat belanghebbende recht heeft op een IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid. Het Uwv handhaafde aanvankelijk de WGA-classificatie, waarna appellante beroep instelde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat er wel benutbare mogelijkheden waren. In hoger beroep stelde appellante dat belanghebbende geen benutbare mogelijkheden had, onderbouwd met een rapport van een medisch adviseur. De Raad volgde dit standpunt en concludeerde dat belanghebbende op 29 juni 2019 geen benutbare mogelijkheden had, mede op basis van medische rapporten die disfunctioneren op meerdere niveaus aantonen.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het besluit van het Uwv, en bepaalde dat belanghebbende per genoemde datum recht heeft op een IVA-uitkering. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Belanghebbende heeft per 29 juni 2019 recht op een IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid zonder benutbare mogelijkheden.