ECLI:NL:CRVB:2022:902
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging en aanvulling uitspraak over mate van arbeidsongeschiktheid WIA met opdracht nieuw besluit
Betrokkene, werkzaam als algemeen manager en beveiliger, meldde zich ziek vanwege hoofdpijnaanvallen en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 37,51% vast, later verhoogd naar 68,75% na bezwaar en beroep. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en vernietigde het tweede besluit vanwege onvoldoende medische onderbouwing van de urenbeperking en andere beperkingen.
In hoger beroep betoogde het UWV dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat de diagnose CTE niet leidend is voor de beperkingen. Betrokkene stelde dat zijn beperkingen werden onderschat en vroeg benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de urenbeperking van zes uur per dag passend is, terwijl het rapport van het Expertise Instituut een beperking van vier uur per dag adviseerde.
De Raad concludeerde dat het UWV opnieuw een besluit moet nemen met inachtneming van de beperkingen zoals vastgesteld door het Expertise Instituut, inclusief een urenbeperking van vier uur per dag en twintig uur per week en een verbod op avondwerk. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het UWV-besluit en draagt op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen met aangepaste urenbeperking en beperkingen.