ECLI:NL:CRVB:2022:917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- K.H. Sanders
- R.W.L. Koopmans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-verlenging tijdelijke aanstelling ambtenaar bij gemeente Rotterdam
Appellante was van 2015 tot eind 2017 via uitzend- en detacheringscontracten werkzaam bij de gemeente Rotterdam en werd per 1 januari 2018 tijdelijk aangesteld tot 1 januari 2019. Het college besloot de aanstelling niet te verlengen en verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat zij oordeelde dat het college niet verplicht was de aanstelling om te zetten in een vaste aanstelling.
In hoger beroep stelde appellante dat sprake was van een proeftijdaanstelling en dat het vertrouwensbeginsel haar aanspraak op een vaste aanstelling ondersteunde. De Raad oordeelde dat het aanstellingsbesluit duidelijk een tijdelijke aanstelling betrof zonder proeftijdaanduiding en dat de e-mails en het proces-verbaal geen concrete toezeggingen bevatten die het vertrouwensbeginsel konden doen slagen.
De Raad bevestigde dat het college niet verplicht is een tijdelijke aanstelling om te zetten in een vaste aanstelling mits het besluit niet in strijd is met geschreven of ongeschreven recht. Omdat dit niet het geval was, werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-verlenging van de tijdelijke aanstelling bevestigd.