ECLI:NL:CRVB:2022:919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning van 255 minuten per week
Appellante, geboren in 1940, ondervindt beperkingen bij het verrichten van huishoudelijke taken en heeft daarom een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke ondersteuning aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders van Haarlem. Het college heeft na onderzoek een voorziening toegekend van 255 minuten per week, waarbij het zware huishoudelijke werk volledig, het lichte huishoudelijke werk gedeeltelijk en de wasverzorging volledig wordt overgenomen.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het college binnen de kaders van het CIZ-protocol is gebleven en de normtijden adequaat heeft gemotiveerd. Appellante stelde in hoger beroep dat de Uitvoeringsregels niet objectief en onafhankelijk zijn vastgesteld en dat het college ten onrechte geen tijd voor afwassen had toegekend zonder dit nader te onderzoeken.
De Raad oordeelt dat het college terecht is uitgegaan van het CIZ-protocol en dat de nadere uitsplitsing in de Uitvoeringsregels binnen de kaders van het protocol en de rechtspraak valt. Tevens is vastgesteld dat appellante zelf de afwas doet, zodat het niet toekennen van tijd daarvoor gerechtvaardigd is. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de maatwerkvoorziening van 255 minuten per week bevestigd.