ECLI:NL:CRVB:2022:949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens schending inlichtingenverplichting zonder matiging op grond van draagkracht
Appellant ontving bijstand naar 50% van de gehuwdennorm vanwege een gezamenlijke huishouding met een niet-rechthebbende partner. Naar aanleiding van een signaal over inkomsten uit arbeid en studiefinanciering stelde het college een onderzoek in en trok de bijstand in vanaf 1 juni 2018. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Het college verlaagde de boete na bezwaar, maar hield vast aan de hoogte vanwege normale verwijtbaarheid, recidive en inkomsten boven de gehuwdennorm. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de boete gematigd moest worden wegens onvoldoende draagkracht.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende inzicht gaf in zijn huidige financiële situatie, ondanks herhaald verzoek. Het verzoek tot aanhouding om alsnog gegevens te overleggen werd afgewezen omdat dit te laat werd gedaan. Appellant verklaarde ter zitting dat hij als zzp’er inkomsten boven bijstandsniveau heeft, terwijl nog een bedrag van € 64,83 openstaat van de boete.
De Raad concludeerde dat geen grond bestaat voor matiging van de boete en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De boete wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd zonder matiging op grond van draagkracht.