ECLI:NL:CRVB:2022:967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellant, voormalig steigerbouwer, meldde zich ziek met lichamelijke klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars beoordeling concludeerde een verzekeringsarts dat appellant belastbaar was met beperkingen, en een arbeidsdeskundige selecteerde passende functies waarmee appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Het UWV beëindigde daarop de uitkering.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, stellende dat zijn beperkingen werden onderschat en dat er onterecht geen urenbeperking was vastgesteld. Hij overhandigde nieuwe medische stukken en verzocht om benoeming van een deskundige. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de geselecteerde functies passend.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt vast dat de nieuwe medische stukken geen relevante nieuwe informatie bevatten die het eerdere oordeel ondermijnen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de beperkingen adequaat gemotiveerd en het verzoek om een deskundige te benoemen wordt afgewezen. Het hoger beroep faalt en het verzoek tot schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering is terecht beëindigd en het hoger beroep en verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.