ECLI:NL:CRVB:2022:979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na beoordeling belastbaarheid en beperkingen
Betrokkene was werkzaam als visual merchandiser en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV kende haar een Ziektewet-uitkering toe, maar beëindigde deze omdat zij volgens een arbeidsdeskundige meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen met passende functies.
De rechtbank vernietigde deze besluiten en oordeelde dat de uitkering ten onrechte was beëindigd vanwege een niet in acht genomen uitlooptermijn. Het UWV wijzigde daarop het besluit en kende een uitkering toe tot 3 november 2015. Betrokkene bleef het niet eens met deze beslissing en bracht aanvullende medische rapporten in.
De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater die concludeerde dat betrokkene meer beperkingen heeft dan eerder aangenomen, met name vanwege ASS-gerelateerde prikkelgevoeligheid en noodzaak tot rustige werkplekken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep nam deze beperkingen over in een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst.
De Raad oordeelt dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor betrokkene, ondanks haar beperkingen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en medische advieskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.