ECLI:NL:CRVB:2023:1002
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bezwaar tegen beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling
Appellante, voormalig schoonmaakster, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling beëindigde het UWV haar uitkering omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende was, ook zonder fysiek spreekuurcontact. De medische stukken die appellante inbracht dateren van ruim voor de datum in geding en onderbouwen haar klachten onvoldoende om meer beperkingen aan te nemen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische klachten, waaronder paniekstoornis en agorafobie, onvoldoende waren meegewogen en dat een onafhankelijk deskundige benoemd moest worden. De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV, oordeelde dat het dossieronderzoek toereikend was en dat de functies passend zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.