ECLI:NL:CRVB:2023:1003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig gebiedsbeheerder, ontving sinds 2013 een WGA-uitkering vanwege depressieve klachten en een arbeidsongeschiktheid van 65-80%. Na een herbeoordeling in 2020 stelde het UWV dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant adequaat waren vastgesteld. De geselecteerde functies waren passend en de gebruikte uurlonen in het CBBS-systeem werden als betrouwbaar beschouwd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende was, dat een psychiater had moeten beoordelen en dat de functies niet aansloten bij zijn ervaring.
De Raad volgde appellant niet en bevestigde dat de verzekeringsarts bevoegd en deskundig is voor de beoordeling. De medische en arbeidskundige gronden waren voldoende gemotiveerd en onderbouwd. De Raad vond geen reden om te twijfelen aan de CBBS-gegevens en wees het beroep af. De financiële gevolgen konden niet worden getoetst aan het evenredigheidsbeginsel. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.