ECLI:NL:CRVB:2017:1407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant viel sinds juni 2012 uit wegens psychische klachten en fibromyalgie. Op 25 augustus 2014 werd hem een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 38% tot september 2017. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit werd ongegrond verklaard door de rechtbank Rotterdam, die oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) de beperkingen adequaat weerspiegelde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn fysieke en psychische beperkingen werden onderschat en dat onvoldoende rekening was gehouden met medicatiebijwerkingen. Hij betwistte ook de geschiktheid van de geselecteerde functies en verzocht om inschakeling van een onafhankelijk deskundige. Het UWV handhaafde het standpunt van de rechtbank.
De Raad onderschreef de rechtbank en stelde vast dat de medische beoordeling zorgvuldig was, met voldoende rekening gehouden met beperkingen en medicatie. De verschillen in functiebeschrijvingen werden verklaard door periodieke actualisaties van het CBBS-systeem. De Raad zag geen aanleiding tot inschakeling van een onafhankelijke deskundige en verwierp het hoger beroep, bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering wordt bevestigd.