Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bepaalt dat het verzoek om wraking van de wrakingskamer niet in behandeling wordt genomen;
- bepaalt dat een volgend verzoek om wraking in deze zaak niet in behandeling wordt genomen.
Centrale Raad van Beroep
Verzoekster heeft een verzoek om wraking ingediend tegen de wrakingskamer van de Centrale Raad van Beroep, stellende dat de rechters van de wrakingskamer vooringenomen zouden zijn omdat zij geen uitstel verleenden voor de zitting. Dit verzoek volgde op een eerdere wraking van de behandelend rechter tijdens een zitting over een verzoek tot herziening.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de toepasselijke wettelijke bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022. Uit de procedure blijkt dat verzoekster meermaals om uitstel heeft gevraagd om haar argumenten voor te bereiden, maar dat dit verzoek is afgewezen omdat de gronden voor wraking tijdig en volledig moesten worden ingediend.
De wrakingskamer oordeelt dat het wrakingsmiddel niet bedoeld is om de behandeling van een wrakingsverzoek te vertragen of te verhinderen en dat verzoekster evident misbruik maakt van het wrakingsmiddel. Daarom wordt het verzoek niet in behandeling genomen en wordt tevens besloten dat een volgend verzoek om wraking in deze zaak niet in behandeling wordt genomen.
Er worden geen proceskosten aan verzoekster opgelegd. De beslissing is openbaar uitgesproken op 31 mei 2023 door de wrakingskamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de wrakingskamer wordt niet in behandeling genomen wegens evident misbruik van het wrakingsmiddel en een volgend verzoek wordt eveneens niet in behandeling genomen.