ECLI:NL:CRVB:2023:1155
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van behandelend rechter in herzieningsprocedure
Verzoekster heeft een verzoek om herziening ingediend tegen een uitspraak van de Raad van 10 maart 2022. Tijdens de behandeling op 24 februari 2023 verzocht zij om wraking van de behandelend rechter wegens vermeende vooringenomenheid. De Raad heeft meerdere verzoeken om uitstel en wraking beoordeeld en afgewezen.
De wrakingsgrond werd getoetst aan artikel 8:15 Awb Pro en jurisprudentie van de Hoge Raad, waarbij het uitgangspunt is dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De Raad concludeerde dat de behandelend rechter het bijzondere karakter van het rechtsmiddel herziening correct heeft toegelicht en verzoekster de gelegenheid gaf haar standpunten toe te lichten.
De Raad oordeelde dat dit geen aanwijzing voor vooringenomenheid is en dat het verzoek om wraking daarom moet worden afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling. De beslissing werd op 16 juni 2023 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.