ECLI:NL:CRVB:2023:1048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep bestuursrechtelijke dwangsom
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam besloot op 1 april 2021 geen dwangsom aan betrokkene te betalen en handhaafde dit besluit na bezwaar op 11 augustus 2021. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en bepaalde dat het college een dwangsom van € 1.442,- moest betalen, evenals het door betrokkene betaalde griffierecht.
Het college stelde hoger beroep in tegen dit oordeel, maar trok dit hoger beroep tijdens de zitting op 21 maart 2023 in. Betrokkene verzocht daarop om vergoeding van zijn proceskosten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college op grond van artikel 8:118 Awb Pro in combinatie met artikel 8:75 Awb Pro veroordeeld kan worden tot vergoeding van proceskosten bij intrekking van het hoger beroep.
De Raad veroordeelde het college tot betaling van € 1.674,- aan proceskosten, begroot volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. De uitspraak werd gedaan op 6 juni 2023 door voorzitter F. Hoogendijk en leden C.E.M. Marsé en J.E. Jansen, in aanwezigheid van griffier C.G. van Straalen.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van € 1.674,- aan proceskosten aan betrokkene na intrekking van het hoger beroep.