Appellant ontving een besluit van het college waarin vanaf 18 mei 2017 de kostendelersnorm werd toegepast op zijn bijstandsuitkering, met een terugvordering van € 11.621,48. Na bezwaar werd de herziening beperkt tot bepaalde perioden en uiteindelijk met een gewijzigde beslissing op bezwaar van 4 juli 2022 volledig ongedaan gemaakt.
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van 2 juli 2020, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat hij geen procesbelang heeft omdat het college hem volledig tegemoet is gekomen door de toepassing van de kostendelersnorm en terugvordering ongedaan te maken. Appellant erkende dit op de zitting.
Hoewel appellant vragen had over inhoudingen op zijn huidige uitkering, valt dit niet binnen het bestreden besluit en kan de Raad daarover geen oordeel geven. De Raad suggereert het college te onderzoeken of deze inhoudingen gerechtvaardigd zijn met het oog op de beslagvrije voet.
De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk, kent appellant een vergoeding van € 20,- voor reiskosten toe en bepaalt dat het college het betaalde griffierecht van € 48,- vergoedt. De vrijstelling van griffierecht is definitief geworden.