ECLI:NL:CRVB:2023:1070

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 juni 2023
Publicatiedatum
9 juni 2023
Zaaknummer
20/4032 ZW-W4
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:18 AwbArt. 8:108 AwbArt. 3 Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing op verzoek om wraking na openbaarmaking einduitspraak in hoger beroep

Verzoeker heeft in een hoger beroepsprocedure tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen meerdere verzoeken om wraking ingediend tegen de behandelend rechter. Nadat het eerste verzoek op 29 augustus 2022 was afgewezen, volgden nieuwe verzoeken op 25 maart 2023 en 19 mei 2023. De laatste verzoeken werden ingediend nadat de einduitspraak op 22 maart 2023 openbaar was gemaakt.

De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat op grond van de Awb en de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 verzoeken om wraking die na openbaarmaking van de einduitspraak worden ingediend niet in behandeling mogen worden genomen. Daarnaast oordeelt de Raad dat de wijze van inzet van het wrakingsmiddel door verzoeker duidt op misbruik.

Daarom neemt de Raad het verzoek niet in behandeling en bepaalt dat een volgend verzoek om wraking in deze zaak eveneens niet in behandeling zal worden genomen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om wraking wordt niet in behandeling genomen en een volgend verzoek zal eveneens worden afgewezen wegens misbruik.

Uitspraak

20.4032 ZW-W4

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
Datum beslissing: 6 juni 2023
PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 5 november 2020, 19/1785, in het geding tussen verzoeker en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Op 19 juni 2022 heeft verzoeker verzocht om wraking van S.B. Smit-Colenbrander (behandelend rechter). Bij beslissing van 29 augustus 2022 is dat verzoek afgewezen.
Bij uitspraak van 22 maart 2023 heeft de behandelend rechter als lid van de enkelvoudige kamer op het hoger beroep beslist.
Op 25 maart 2023 heeft verzoeker verzocht om wraking van de behandelend rechter. Bij beslissing van 12 april 2023 is dat verzoek buiten behandeling gesteld.
Op 19 mei 2023 heeft verzoeker andermaal verzocht om wraking van de behandelend rechter.

OVERWEGINGEN

1.1.
Artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
1.2.
Artikel 8:18, vierde lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat de bestuursrechter in geval van misbruik kan bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen.
1.3.
De artikelen 8:15 en 8:18 van de Awb zijn op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb op het hoger beroep van overeenkomstige toepassing.
1.4.
Artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 bepaalt dat de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden kan beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het is gedaan nadat in de hoofdzaak de einduitspraak openbaar is gemaakt.
2. In het voorliggende geval is bij uitspraak van 22 maart 2023 op het hoger beroep beslist en is het verzoek ingediend op 19 mei 2023. Ook dit (herhaalde) verzoek is gedaan nadat de uitspraak openbaar is gemaakt. Daarom zal ook dit verzoek niet in behandeling worden genomen. De Raad verwijst volledigheidshalve naar zijn beslissing van 12 april 2023.
3. De wijze waarop verzoeker het wrakingsmiddel inzet, wijst erop dat hij van dat middel misbruik maakt. De Raad ziet daarin aanleiding te bepalen dat een volgend verzoek om wraking in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen. Nieuwe verzoeken in deze zaak zullen zonder nadere toelichting aan verzoeker worden teruggezonden.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- bepaalt dat het verzoek om wraking niet in behandeling wordt genomen;
- bepaalt dat een volgend verzoek om wraking in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven door E.J.M. Heijs als voorzitter en K.P.M. Jacobs en E.C.E. Marechal als leden, in tegenwoordigheid van K.M. Geerman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2023.
(getekend) E.J.M. Heijs
(getekend) K.M. Geerman