ECLI:NL:CRVB:2023:1071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek studiefinancieringsvordering wegens meerinkomen
Appellante had studiefinanciering ontvangen en werd geconfronteerd met een vordering wegens meerinkomen over 2007. De minister had dit vastgesteld en het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. Na diverse verzoeken om heropening en herziening, die allen werden afgewezen, stelde appellante beroep in tegen het laatste besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de aangevoerde omstandigheden geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel beroep had ingesteld tegen het eerdere besluit en dat identiteitsfraude had plaatsgevonden, wat niet aannemelijk was. Ook voerde zij aan dat haar privéproblemen een tijdige procedure onmogelijk maakten.
De Raad oordeelde dat het beroep niet was aangetoond, identiteitsfraude niet aannemelijk was en dat de minister voldoende medewerking had verleend. De aangevoerde gronden rechtvaardigden geen herziening van het besluit. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.