ECLI:NL:CRVB:2023:1072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig indienen beroepschrift studiefinanciering
Appellant verzocht om toekenning van een reisrecht op grond van de Wet studiefinanciering 2000, maar dit verzoek werd door de minister afgewezen. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend en de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar was.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat medische problemen uit 2017 en 2018 hem belemmerden tijdig beroep in te stellen en dat hij wel degelijk procedurele hulp had gezocht bij het Juridisch Loket. Ook stelde hij dat persoonlijke problemen het vragen om hulp bemoeilijkten. De Raad toetste deze argumenten en concludeerde dat appellant in staat was tijdig een beroepschrift in te dienen, mede omdat hij wel tijdig bezwaar maakte en verzoeken indiende.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de overschrijding van de beroepstermijn niet verschoonbaar was. Er waren geen recente medische stukken die aantonen dat appellant in 2021 nog zodanig beperkt was dat tijdige indiening onmogelijk was. De niet-ontvankelijkverklaring wordt bevestigd en er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift zonder verschoonbare reden.