ECLI:NL:CRVB:2023:11
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante, voormalig callcenter medewerker, ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding in november 2018. Het UWV beëindigde deze uitkering per 2 december 2019 op grond van een eerstejaars ZW-beoordeling waarin werd vastgesteld dat appellante 100% van haar maatmaninkomen kon verdienen met aangepaste functies.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante tegen deze beëindiging ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen, inclusief psychische klachten gerelateerd aan PTSS, adequaat waren meegenomen. De diagnose PTSS werd niet als doorslaggevend beschouwd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rechtbank onterecht medisch oordeelde en onvoldoende rekening hield met haar belastbaarheid en de diagnose PTSS. De Raad volgde dit niet en stelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht, de psychische klachten waren betrokken en dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor het toekennen van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering na een zorgvuldige medische beoordeling.