Verzoeker diende een aanvraag voor bijzondere bijstand voor tandartskosten in, die door het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen werd afgewezen. Na bezwaar en beroep vernietigde de Centrale Raad van Beroep het eerdere besluit en beval het college een nieuwe beslissing te nemen, inclusief beoordeling van schadevergoeding.
Het college verleende uiteindelijk bijzondere bijstand met rente, maar wees het verzoek om aanvullende schadevergoeding af. Verzoeker stelde dat de berekende wettelijke rente te laag was en dat hij recht had op shockschadevergoeding vanwege de emotionele impact van de afwijzing. Tevens vorderde hij vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad oordeelde dat de wettelijke rente correct was berekend en dat de shockschade niet concreet onderbouwd was, waardoor deze verzoeken werden afgewezen. Wel werd vastgesteld dat de totale procedure de redelijke termijn van vier jaar met ruim een jaar had overschreden, wat recht gaf op een schadevergoeding van €1.500,-. Daarnaast werd een vergoeding van €55,04 toegekend voor gemaakte reiskosten.
De Raad wees verzoeken om vergoeding van tijdverlies af, omdat deze niet onder het Besluit proceskosten bestuursrecht vallen. De beslissing werd uitgesproken door A.J. Schaap op 19 juni 2023.