ECLI:NL:CRVB:2023:1187
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening WAO-uitspraak niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoeker heeft verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 februari 2019, waarin was geoordeeld dat verzoeker geen aanvullende informatie had verstrekt die noodzakelijk was voor de beoordeling van zijn WAO-uitkeringsaanvraag. Hierdoor was het UWV bevoegd om de aanvraag buiten behandeling te laten.
Na afwijzing van het eerste herzieningsverzoek in februari 2020, diende verzoeker op 25 februari 2020 een herhaald verzoek in. Dit verzoek bevatte geen nieuwe feiten of omstandigheden zoals vereist op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en werd bovendien ruim een jaar na de oorspronkelijke uitspraak ingediend, waardoor het als onredelijk laat werd aangemerkt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het herzieningsverzoek niet-ontvankelijk is en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door M.E. Fortuin op 7 juni 2023.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten en te late indiening.