ECLI:NL:CRVB:2019:458

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 februari 2019
Publicatiedatum
13 februari 2019
Zaaknummer
17/5671 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:5 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende gegevens

Appellant heeft twee keer een aanvraag ingediend bij het UWV voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Beide keren weigerde het UWV de aanvraag te behandelen wegens onvoldoende verstrekte gegevens. Appellant stelde dat hij arbeidsongeschikt is sinds zijn werk in Nederland, maar leverde niet alle gevraagde noodzakelijke documenten aan.

De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond omdat appellant niet alle benodigde informatie heeft verstrekt en redelijkerwijs in staat was deze te verkrijgen. Appellant maakte geen gebruik van de mogelijkheid om aanvullende informatie te overleggen.

De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de oordelen van de rechtbank en bevestigt dat het UWV bevoegd was de aanvragen buiten behandeling te laten op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende gegevens.

Uitspraak

17.5671 WAO, 18/2607 WAO

Datum uitspraak: 13 februari 2019
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraken van de rechtbank Amsterdam van
14 juli 2017, 17/1424 (aangevallen uitspraak I) en 21 maart 2018, 17/6765
(aangevallen uitspraak II)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroepen ingesteld.
Het Uwv heeft verweerschriften ingediend.
Partijen hebben desgevraagd niet verklaard gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

17/5671
1. Appellant heeft zich op 10 augustus 2016 tot het Uwv gewend met het verzoek tot toekennen van een uitkering omdat hij arbeidsongeschikt is. Bij besluit van 9 december 2016 heeft het Uwv appellant medegedeeld dat deze aanvraag niet zal worden behandeld omdat de door appellant verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Bij beslissing op bezwaar van 25 januari 2017 (bestreden besluit I) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 9 december 2016 ongegrond verklaard.
2. Bij aangevallen uitspraak I heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen bestreden besluit I ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat appellant niet alle gevraagde, noodzakelijke, gegevens heeft opgestuurd en dat hij over deze gegevens redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
18/2607
3. Appellant heeft zich op 21 juli 2017 weer tot het Uwv gewend met het verzoek tot toekennen van een uitkering omdat hij arbeidsongeschikt is. Bij besluit van
20 september 2017 heeft het Uwv appellant medegedeeld dat deze aanvraag niet zal worden behandeld omdat de door appellant verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Bij beslissing op bezwaar van 26 oktober 2017 (bestreden besluit II) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 20 september 2017 ongegrond verklaard.
4. Bij aangevallen uitspraak II heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen bestreden besluit II ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat appellant niet alle gevraagde, noodzakelijke, gegevens heeft opgestuurd en dat de gegevens die appellant heeft ingebracht onvoldoende zijn om op de aanvraag van appellant te kunnen beslissen.
5.1.
Appellant heeft in beide hoger beroepen aangevoerd dat hij arbeidsongeschikt is geworden toen hij in Nederland werkte en dat hij sindsdien arbeidsongeschikt is gebleven.
5.2.
Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraken bepleit.
6.1.
De Raad komt tot de volgende beoordeling. De oordelen van de rechtbank en de argumenten die tot die oordelen hebben geleid, worden onderschreven. Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid aanvullende informatie over te leggen, noodzakelijk om zijn aanvraag te kunnen beoordelen. Dat appellant ziek zou zijn, doet hier niet aan af. Uit de verklaring van het Centre maladies du Rein van 6 februari 2017 kan niet worden afgeleid dat appellant op geen enkele manier in staat is relevante stukken over te leggen of te laten leggen. Het Uwv was bevoegd de aanvragen van appellant met toepassing van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing te laten.
6.2.
De hoger beroepen van appellant slagen niet en de aangevallen uitspraken dienen te worden bevestigd.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van
W.M. Swinkels als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar 13 februari 2019.
(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen
(getekend) W.M. Swinkels
md