ECLI:NL:CRVB:2023:1204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wlz-aanvraag wegens ontbreken blijvende behoefte 24-uurszorg bij jonge appellant
Appellante, een jong kind met een zeldzame genetische aandoening, vroeg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) om zorg vanwege haar beperkingen. Het CIZ wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat zij een blijvende behoefte had aan 24-uurszorg of permanent toezicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad overwoog dat de verstandelijke handicap op het moment van beoordeling niet kon worden vastgesteld als ernstig genoeg voor Wlz-toekenning, mede gelet op IQ-testresultaten en het ontbreken van een ernstige meervoudige complexe handicap. Ook de zintuiglijke en lichamelijke handicaps leidden niet tot een blijvende behoefte aan 24-uurszorg, mede vanwege mogelijke hulpmiddelen en begeleiding.
Hoewel de combinatie van beperkingen een grote zorgbehoefte en belasting voor de ouders veroorzaakt, kon niet worden vastgesteld dat appellante levenslang 24-uurszorg nodig had. De Raad benadrukte dat de criteria voor dubbele kinderbijslag verschillen van die van de Wlz. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wlz-aanvraag wegens het ontbreken van een blijvende behoefte aan 24-uurszorg of permanent toezicht.