ECLI:NL:CRVB:2023:1271
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzonder geval voor terugwerkende kracht toeslag WIA-uitkering
Appellante, die volledig arbeidsongeschikt werd verklaard na een auto-ongeval in 2013, vroeg in 2021 een toeslag aan op haar WIA-uitkering. Het UWV kende de toeslag toe met ingang van maximaal één jaar voor de aanvraagdatum, conform artikel 11, zevende lid, van de Toeslagenwet (TW).
Appellante stelde dat er sprake was van een bijzonder geval waardoor de toeslag eerder zou moeten ingaan, onder meer vanwege haar psychische klachten en vermeende onvoldoende voorlichting door het UWV. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij redelijkerwijs niet in verzuim was.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelde vast dat appellante op de hoogte had kunnen zijn van de toeslagmogelijkheid, onder meer door eerdere informatie van het UWV en een folder. Medische rapporten wezen uit dat er geen belemmering was om eerder de toeslag aan te vragen. De Raad concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren voor een verdere terugwerkende kracht en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De toeslag op de WIA-uitkering gaat niet eerder in dan één jaar voor de datum van aanvraag; het hoger beroep wordt afgewezen.