ECLI:NL:CRVB:2023:1272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken ondertekening beroepschrift
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De Raad heeft appellante herhaaldelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen gestelde termijnen. Ondanks meerdere aanmaningen en de mogelijkheid tot het indienen van een verzoek om betalingsonmacht, is het griffierecht niet betaald.
Daarnaast bevatte het ingediende beroepschrift geen ondertekening, hetgeen een vereiste is volgens de Algemene wet bestuursrecht. Appellante is meerdere malen in de gelegenheid gesteld dit te herstellen, maar heeft deze termijnen ongebruikt laten verstrijken.
Op grond van deze feiten oordeelt de Raad dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, met griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het ontbreken van ondertekening van het beroepschrift.