Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van woninginrichting nadat hij een zelfstandige woning toegewezen kreeg. Het college kende een forfaitair bedrag van €3.350,- toe, gebaseerd op gemeentelijke richtlijnen en rekening houdend met een reservering van appellant gedurende zijn verblijf in tijdelijke woonruimte.
Appellant betwistte de hoogte van het toegekende bedrag en stelde dat het onvoldoende was om alle noodzakelijke meubels en apparatuur te kopen. Tevens voerde hij aan dat hij niet had kunnen reserveren vanwege schulden aan de Belastingdienst/Toeslagen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van het college.
De Raad oordeelt dat het college bevoegd is forfaitaire bedragen te hanteren en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het bedrag ontoereikend is. Ook is vastgesteld dat appellant wel degelijk kon reserveren, hoewel hij ervoor koos dit geld te gebruiken voor schuldenaflossing. Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en blijft het toegekende bedrag van €3.350,- in stand. Het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het toegekende bedrag van €3.350,- aan bijzondere bijstand blijft ongewijzigd.