Uitspraak
22.899 ZW-PV
T. van den Weert.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV van 16 oktober 2020. Dit bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift geen gronden bevatte. Het UWV bood appellante vervolgens een hersteltermijn aan om alsnog gronden in te dienen, maar appellante maakte hier geen gebruik van.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk was. In hoger beroep voerde appellante dezelfde gronden aan als in eerste aanleg, die door de Centrale Raad van Beroep werden verworpen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat het UWV het bezwaarschrift als kennelijk niet-ontvankelijk mocht aanmerken en dat het kon afzien van een hoorzitting. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet aanvullen daarvan.