ECLI:NL:CRVB:2023:1331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
Werkneemster was werkzaam bij [naam B.V.] als callcentermedewerker en teamcoach en meldde zich ziek met rugklachten na zwangerschapsverlof. Het UWV verlengde het loondoorbetalingsverplichtingstijdvak met 52 weken wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever, een zogenaamde loonsanctie.
De rechtbank oordeelde dat de werkgever onvoldoende had gedaan, mede omdat een tweede-spoortraject niet was opgestart en de klachten en medicijngebruik van de werkneemster onvoldoende belemmerend waren voor re-integratie. Werkgever en werkneemster stelden in hoger beroep dat de loonsanctie onterecht was vanwege medische omstandigheden en keuzes van de werkneemster.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad vond dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht zonder deugdelijke grond, dat de medische stukken benutbare arbeidsmogelijkheden toonden en dat het advies van de arbeidsdeskundige om tijdcontingent te re-integreren niet was opgevolgd. De loonsanctie blijft daarom gehandhaafd.
Uitkomst: De loonsanctie tegen de werkgever wordt bevestigd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen zonder deugdelijke grond.