Betrokkene, militair bij de Koninklijke Marine, werd op 7 september 2020 en opnieuw op 30 november 2020 positief getest op softdrugsgebruik. Na een schriftelijke waarschuwing volgde een schorsing en uiteindelijk ontslag wegens wangedrag per 19 april 2021. De rechtbank vernietigde het ontslagbesluit wegens onvoldoende belangenafweging en motiveringsgebrek.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en nam een nader besluit waarbij het bezwaar van betrokkene opnieuw werd afgewezen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het drugsbeleid van Defensie, dat geen drugsgebruik tolereert, binnen redelijke beleidsgrenzen blijft. Hoewel psychiater Eland in een rapport verminderde toerekenbaarheid vaststelde, concludeerde de Raad dat dit onvoldoende is om het ontslag wegens wangedrag te weerleggen.
De Raad stelde vast dat de belangenafweging in het nader besluit zorgvuldig en gemotiveerd was, waarbij het belang van Defensie zwaarder mocht wegen gezien de strikte eisen aan integriteit en het eerdere waarschuwingstraject. Het hoger beroep van de staatssecretaris, het incidenteel hoger beroep van betrokkene en het beroep tegen het nader besluit werden ongegrond verklaard. Het ontslag blijft daarmee in stand.