ECLI:NL:CRVB:2023:1397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurige zorg wegens onvoldoende medische noodzaak
Appellante, geboren in 1960, heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) vanwege diverse medische aandoeningen zoals gonartrose en artrose van de cervicale wervelkolom. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft deze aanvraag afgewezen op basis van het medisch advies dat appellante niet uitbehandeld is en geen noodzaak bestaat voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
De rechtbank Noord-Nederland heeft het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Appellante stelde in hoger beroep dat het medisch advies niet deugdelijk was en dat zij wel degelijk fysieke en psychische beperkingen heeft die een blijvende behoefte aan intensieve zorg rechtvaardigen.
De Centrale Raad van Beroep heeft echter het oordeel van de rechtbank onderschreven. De medische situatie van appellante is goed in beeld gebracht en er is geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en actualiteit van het advies. Appellante kan zelfstandig regie voeren en hulp inroepen wanneer nodig, en er is geen sprake van een uitbehandelde situatie. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor Wlz-zorg wordt bevestigd.