ECLI:NL:CRVB:2023:140
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bij toekenning bijstand wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante diende een aanvraag in voor bijstand op grond van de Participatiewet, waarbij het college aanvankelijk de aanvraag niet in behandeling nam wegens onvoldoende gegevens. Later werd bijstand toegekend met ingang van 21 mei 2020. Appellante vorderde een eerdere ingangsdatum van 17 april 2020 vanwege psychische klachten als gevolg van structurele mishandeling door haar ex-partner.
De rechtbank wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad overwoog dat het verkeren in bijstandbehoevende omstandigheden geen bijzondere omstandigheid vormt voor terugwerkende kracht. Appellante had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar psychische klachten haar verhinderden om eerder een aanvraag in te dienen, mede omdat zij op 22 april 2020 wel een aanvraag had ingediend.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.