ECLI:NL:CRVB:2023:1420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en weigering van ziekengeld na medische beoordeling volgens Ziektewet
Appellant, voormalig AutoCAD-tekenaar, ontving ziekengeld na ziekmelding in 2016. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) beëindigde het UWV in 2017 het ziekengeld omdat appellant geschikt werd geacht voor andere functies. In 2019 meldde appellant zich opnieuw ziek met vermeende toegenomen klachten. Het UWV beëindigde het ziekengeld per 6 augustus 2019 en weigerde het per 4 december 2019 toe te kennen, omdat verzekeringsartsen geen toename van beperkingen zagen ten opzichte van de EZWb.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, stellende dat zijn medische situatie was verslechterd en dat hij niet in staat was de geselecteerde functies te verrichten. De rechtbanken verklaarden de beroepen ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de medische informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad oordeelde dat op grond van artikel 19 ZW Pro het UWV terecht het ziekengeld beëindigde en weigerde toe te kennen, omdat appellant medisch geschikt bleef voor de eerder geselecteerde functies. De Raad volgde de verzekeringsartsen die uitvoerig motiveerden dat de vermeende klachten niet tot toegenomen beperkingen leidden. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten.
De uitspraak bevestigt het toetsingskader bij herhaalde ziekmeldingen na een EZWb, waarbij de medische situatie en geschiktheid voor geselecteerde functies centraal staan. De Raad benadrukt dat een hersteldverklaring niet gebaseerd kan worden op slechts één functie, maar op een set functies die gezamenlijk arbeidsgeschiktheid van ten minste 65% vertegenwoordigen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging en weigering van ziekengeld blijven in stand.