ECLI:NL:CRVB:2023:1503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens verdiencapaciteit boven 65 procent van maatmaninkomen
Appellant was werkzaam als fulltime servicemonteur en meldde zich ziek met rugklachten. Het UWV kende hem ziekengeld toe op basis van de Ziektewet. Na een eerstejaars beoordeling oordeelde een verzekeringsarts dat appellant belastbaar was met beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst. Een arbeidsdeskundige stelde vast dat appellant niet zijn eigen werk kon doen, maar nog 85,9% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met ander passend werk.
Het UWV beëindigde daarom het ziekengeld per 23 augustus 2021. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De rechtbank vond de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en voldoende gemotiveerd, en wees het verzoek om een deskundige af.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, met name over de mate van beperkingen en verwees naar een toegekend persoonsgebonden budget als indicatie voor ernstiger klachten. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV, oordeelde dat er geen nieuwe medische gegevens waren die twijfel rechtvaardigden en bevestigde dat de functies passend waren.
De Raad concludeerde dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen en dat het besluit tot beëindiging van het ziekengeld terecht is. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van het ziekengeld omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.