ECLI:NL:CRVB:2023:155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellante ontving sinds 1990 een Wajong-uitkering vanwege psychische beperkingen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Met de invoering van de Wajong 2015 heeft het UWV haar arbeidsvermogen beoordeeld en vastgesteld dat zij arbeidsvermogen heeft, waardoor haar uitkering per 1 januari 2018 werd verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellante tegen deze verlaging ongegrond, omdat het UWV voldoende medisch en arbeidskundig onderzoek had verricht. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij geen arbeidsvermogen had vanwege medische klachten, waaronder een melanoom en vermoeidheidsklachten, en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat de medische stukken en rapporten van verzekeringsartsen inzichtelijk en voldoende gemotiveerd zijn. De klachten van appellante zijn niet objectief medisch vastgesteld als zodanig dat zij niet kan werken gedurende ten minste een uur aaneengesloten en vier uur per dag belastbaar is. De Raad volgt het oordeel dat appellante arbeidsvermogen heeft en bevestigt de verlaging van de uitkering.
Uitkomst: De verlaging van de Wajong-uitkering naar 70% van het minimumloon per 1 januari 2018 wordt bevestigd.