ECLI:NL:CRVB:2023:1575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging WAO-uitkering en juiste ingangsdatum nieuwe uitkering
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om niet terug te komen op het eerdere besluit uit 2006 waarbij zijn WAO-uitkering werd beëindigd en tegen de vastgestelde ingangsdatum van zijn nieuwe WAO-uitkering per 11 december 2019.
De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat het besluit uit 2006 in rechte vaststaat en dat er geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die heroverweging rechtvaardigen. Tevens is vastgesteld dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door zijn medische situatie niet eerder een aanvraag kon indienen.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij vanaf 13 september 2009 volledig arbeidsongeschikt was en dat er sprake is van een bijzonder geval. De Raad volgt dit niet en bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het UWV terecht niet is teruggekomen op het besluit van 2006 en dat de ingangsdatum van de WAO-uitkering juist is vastgesteld op 11 december 2019, één jaar voor de datum van aanvraag.
De Raad wijst erop dat appellant geen nieuwe medische informatie heeft verstrekt die het eerdere besluit zou kunnen wijzigen en dat de verwijzing naar eerdere uitspraken niet relevant is voor deze zaak. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV blijft ongewijzigd.