ECLI:NL:CRVB:2023:1578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid en weigering WIA-uitkering door UWV
Appellante was werkzaam als receptioniste en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidskundige rapporten vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. Appellante maakte bezwaar en beroep tegen deze besluiten, waarbij zij een hogere urenbeperking aanvoerde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er geen reden was om te twijfelen aan de medische beoordeling van het UWV. Ook het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar kon zij geen nieuwe medische stukken overleggen die twijfel aan de beoordeling rechtvaardigden.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en benadrukt dat twijfel aan de medische beoordeling alleen leidt tot benoeming van een deskundige indien deze twijfel niet kan worden weggenomen. De Raad concludeert dat het UWV voldoende gemotiveerd heeft dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid is gebaseerd passend zijn en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld. Het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 35% heeft vastgesteld en de WIA-uitkering terecht heeft geweigerd.