ECLI:NL:CRVB:2023:1607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens te lang verblijf in buitenland zonder zeer dringende redenen
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en verbleef langer dan de toegestane vier weken in het buitenland, namelijk in Guinee. Het college trok daarom de bijstand met ingang van 22 april 2021 in. Appellante stelde dat zij door overmacht, vanwege een ziekenhuisopname, niet tijdig kon terugkeren en dat zij afhankelijk was van de bijstand tijdens haar verblijf.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van zeer dringende redenen. Zij kon met hulp van familie de kosten van haar verblijf en vaste lasten betalen, waardoor niet voldaan was aan de voorwaarde dat de behoeftige omstandigheden alleen met bijstand konden worden verholpen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat het enkel in behoeftige omstandigheden verkeren niet voldoende is; er moet sprake zijn van een acute noodsituatie en onvermijdelijkheid van bijstand. Omdat appellante niet voldeed aan deze criteria, blijft de intrekking van de bijstand in stand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland zonder zeer dringende redenen wordt bevestigd.