ECLI:NL:CRVB:2023:1724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en beëindiging ZW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd na fysieke klachten door een ongeval, maar het UWV weigerde deze toe te kennen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Daarnaast werd zijn ZW-uitkering beëindigd omdat hij geschikt werd geacht voor zijn laatste werk. De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond na uitgebreid medisch en arbeidskundig onderzoek.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door het WAD-protocol niet toe te passen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen nieuwe medische gegevens had overgelegd en dat de medische beoordelingen zorgvuldig en voldoende gemotiveerd waren. Het WAD-protocol is niet van toepassing op ZW-beoordelingen.
De Raad concludeert dat appellant terecht geen WIA-uitkering ontvangt en dat de ZW-uitkering terecht is beëindigd. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en de beëindiging van de ZW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.