ECLI:NL:CRVB:2023:1779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag dubbele kinderbijslag wegens ontbreken intensieve zorg
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor dubbele kinderbijslag voor haar dochter vanwege zware zorgbehoefte. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees deze aanvraag af op basis van een negatief advies van het CIZ en het Beoordelingskader BUK, dat stelde dat de dochter geen intensieve zorg nodig heeft. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank niet alle beroepsgronden had beoordeeld en dat het onbegrijpelijk was dat vanaf het vierde kwartaal van 2018 geen recht op dubbele kinderbijslag bestond, terwijl er vanaf 1 juli 2020 wel een positief CIZ-advies was. De Raad concludeerde dat de rechtbank terecht oordeelde dat de dochter niet voldeed aan de voorwaarden en dat het positieve advies van 2020 foutief was afgegeven, bevestigd door een aanvullend advies in 2021.
De Raad overwoog dat het positieve advies uit 2023 betrekking had op een andere peildatum en dat de situatie van de dochter mogelijk verslechterd is, wat het eerdere negatieve advies niet onjuist maakt. De Svb is niet verplicht een eerder gemaakte fout te herhalen. Het hoger beroep werd afgewezen, de afwijzing van de aanvraag blijft in stand en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De aanvraag voor dubbele kinderbijslag wordt afgewezen omdat de dochter niet voldoet aan de voorwaarden voor intensieve zorg.