ECLI:NL:CRVB:2023:1810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek ANW-uitkering na postume AAW/WAZ-toekenning
Appellante verzocht om herziening van een eerder besluit waarbij haar aanvraag voor een ANW-uitkering werd afgewezen, omdat haar echtgenoot ten tijde van overlijden niet verzekerd was voor de ANW. De echtgenoot was in 1996 uit Nederland vertrokken en uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen, en was niet verzekerd op grond van arbeid of Turkse wetgeving.
Na het verzoek om herziening wees de Sociale Verzekeringsbank (Svb) dit af, stellende dat de postume en met terugwerkende kracht toegekende AAW/WAZ-uitkering aan de echtgenoot geen novum was dat tot herziening leidde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de Svb in de proceskosten.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de postume AAW/WAZ-uitkering niet leidde tot verzekering voor de ANW op het moment van overlijden, mede omdat de echtgenoot niet meer ingezetene was en geen recht had op een uitkering die de verzekering voortzette. Ook het beroep op artikel 7 van Pro KB 164, dat tijdelijke onderbreking van arbeid door ziekte verzekert, faalde omdat niet was gebleken dat sprake was van een tijdelijke onderbreking met intentie tot hervatting van werkzaamheden.
De Raad stelde dat appellante de bewijslast droeg en onvoldoende had onderbouwd dat de echtgenoot verzekerd was. De kosten in bezwaar werden niet toegewezen omdat geen onrechtmatigheid van het bestuursorgaan was vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de afwijzing van de ANW-uitkering wordt bevestigd en afgewezen.