ECLI:NL:CRVB:2023:182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- S.B. Smit-Colenbrander
- C.F.E. van OldenSmit
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling bevestigd
Appellante ontving sinds 2017 een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2019 verzocht haar ex-werkgever om herbeoordeling, waarna het UWV de uitkering beëindigde wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beëindiging ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij onvoldoende gehoord was door de behandeling via videobellen en dat haar beperkingen werden onderschat. De Raad oordeelde dat de zitting via videobellen als een geldige zitting in de zin van artikel 8:61 Awb Pro geldt en dat appellante en haar gemachtigde voldoende gelegenheid hadden om gehoord te worden.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat de belastbaarheid van appellante juist was vastgesteld. Het verzoek om inschakeling van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. De arbeidsdeskundige had bovendien gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch passend waren.
Daarmee werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering van appellante.