Uitspraak
22 2388 WIA
Midden-Nederland van 11 juli 2022, 21/3452 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 2010 een WGA-uitkering en is sindsdien meerdere malen herbeoordeeld. Het UWV stelde bij het bestreden besluit de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 77,69%, gebaseerd op een gewijzigde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en passende functies. De rechtbank vernietigde dit besluit deels, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep betoogde appellante dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, mede omdat het telefonisch plaatsvond en behandelaren onvoldoende werden betrokken. Ook stelde zij dat de geselecteerde functies niet passend waren vanwege opleidingseisen en belastbaarheid. Het UWV verdedigde het besluit met aanvullende rapporten en motiveringen.
De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek, ook telefonisch, zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is uitgevoerd. De FML houdt voldoende rekening met de klachten van appellante. De arbeidsdeskundige heeft overtuigend toegelicht waarom de geselecteerde functies, waaronder archiefmedewerker, passend zijn, mede omdat appellante beschikt over gelijkwaardige diploma’s aan mbo niveau 3.
De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten. Er is geen aanleiding voor benoeming van een deskundige of voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 77,96% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.