ECLI:NL:CRVB:2023:1831

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 september 2023
Publicatiedatum
2 oktober 2023
Zaaknummer
22/110 AOW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 lid 7 AwbArt. 8:108 lid 1 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in AOW-PV zaak ongegrond verklaard

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij de termijn voor het indienen van het hogerberoepschrift had overschreden. Vervolgens deed appellante verzet tegen deze beslissing.

In het verzetschrift werden echter geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die konden aantonen dat appellante niet in verzuim was geweest. Zij gaf aan dat zij de post laat ontving, maar dit werd door de Raad niet als voldoende reden geaccepteerd om het verzuim te rechtvaardigen.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet in de gelegenheid was geweest om tijdig hoger beroep in te stellen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het verzet van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van het verzuim.

Uitspraak

22 110 AOW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 oktober 2021, 21/87 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Datum uitspraak: 22 september 2023
Zitting heeft: J.C. Boeree, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: M. Ramanand
Ter zitting is niemand verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

In de uitspraak van 18 augustus 2022 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante de termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift heeft overschreden.
Appellante heeft verzet gedaan.
In het verzetschrift staan geen gronden vermeld waarom appellante het niet eens zou zijn met de uitspraak van de Raad van 18 augustus 2022, namelijk waarom zij niet in staat is geweest om tijdig een hogerberoepschrift in te dienen. Appellante voert aan dat zij de post laat ontvangt en daarom buiten de termijn heeft geantwoord.
Enkel het argument dat correspondentie laat wordt ontvangen is voor de Raad geen reden om anders te oordelen dan in zijn uitspraak van 18 augustus 2022. Appellante heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt, ook niet met concrete gegevens dat zij niet in de gelegenheid is geweest tijdig hoger beroep in te stellen.
De Raad kan in dit geval niet anders dan oordelen dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit blijkt dat appellante niet in verzuim is geweest.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) M. Ramanand (getekend) J. C. Boeree