ECLI:NL:CRVB:2023:1835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong- en WIA-uitkering met schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellante heeft herhaalde aanvragen ingediend voor een Wajong-uitkering en een WIA-uitkering, welke door het UWV zijn afgewezen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en het ontbreken van nieuwe medische informatie. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht niet is teruggekomen op eerdere besluiten. Appellante voerde onder meer aan dat zij vanwege de diagnose ASS niet over basale werknemersvaardigheden beschikt en dat de beperkingen in haar arbeidsvermogen onderschat zijn.
De Centrale Raad van Beroep volgt de rechtbank in haar oordeel dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende onderbouwing bieden voor de afwijzing van de uitkeringen. Er is geen aanleiding om het besluit van het UWV te herzien of een deskundige te benoemen. Wel is vastgesteld dat het UWV de redelijke termijn voor de behandeling van de bezwaarschriften heeft overschreden, wat leidt tot een schadevergoeding aan appellante.
De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van € 500,- wegens deze termijnoverschrijding en tot vergoeding van proceskosten van € 418,50. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd voor zover aangevochten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong- en WIA-uitkeringen en veroordeelt het UWV tot een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.