ECLI:NL:CRVB:2023:1876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, voormalig bedrijfsleider, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering. Appellant voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn klachten, waaronder leververvetting, surmenage en slaapstoornissen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 9 oktober 2020 adequaat waren vastgesteld. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en voerde hij een urenbeperking van vier uur per dag en twintig uur per week aan, ondersteund door een verzekeringsgeneeskundige expertise.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een zorgvuldig dossieronderzoek had verricht, waarbij ook de klachten en medische gegevens van appellant waren betrokken. De Raad vond dat de aanvullende beperkingen en urenbeperking niet medisch objectief waren onderbouwd. De geselecteerde functies bleken geschikt voor appellant en hij kon naar het oordeel van de Raad meer dan 65% van zijn maatmaninkomen verdienen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de Ziektewetuitkering van appellant heeft beëindigd.