ECLI:NL:CRVB:2023:1883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake een sociaalzekerheidsrechtelijke kwestie met het UWV als verweerder. Het UWV nam op 21 april 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante.
Naar aanleiding hiervan trok appellante op 8 juni 2023 het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV voerde geen verweer tegen dit verzoek. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek.
Op grond van de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) oordeelde de Raad dat het UWV de proceskosten van appellante voor het beroep en hoger beroep moest vergoeden, begroot op € 2.511,-, alsmede het betaalde griffierecht van € 181,-. De uitspraak werd op 11 oktober 2023 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante na intrekking van het hoger beroep.