ECLI:NL:CRVB:2023:1900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor niet-noodzakelijke verhuiskosten en aanschaffingen
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten gerelateerd aan verhuizing en aanschaffingen zoals een bed, behang, tapijten en een oven. Het college wees de aanvraag grotendeels af omdat de verhuizing niet noodzakelijk was en sommige kosten uit het eigen inkomen voldaan moesten worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd voor de noodzaak van de verhuizing en dat de bedreigingen niet aannemelijk waren gemaakt. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de verhuizing noodzakelijk was vanwege huiselijk geweld en bedreigingen, en dat de afwijzing van de kosten onterecht was.
De Raad oordeelde dat de gronden van appellante zich vooral richtten op de noodzaak van de verhuizing en niet op de specifieke kostenposten. Appellante erkende dat er geen noodzaak was voor vervanging van het bed en dat de oven en tapijten uit eigen middelen betaald moesten worden. De Raad vond de rechtbank terecht het besluit in stand hield en bevestigde de afwijzing van de bijzondere bijstand.
De Raad concludeerde dat de verhuizing naar de huidige woning wenselijk was, maar niet noodzakelijk, en dat de afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand voor de genoemde kosten terecht was. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor verhuiskosten en aanschaffingen wordt bevestigd.