Uitspraak
22.3098 WIA
mr. A.C.M. Martens.
OVERWEGINGEN
WIA-uitkering ontvangt maar dat in de tussenliggende periode geen recht op een
WIA-uitkering bestaat, terwijl de klachten niet zijn verbeterd maar juist zijn verslechterd.
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een hoger beroep tegen het besluit van het UWV waarin de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant is vastgesteld op minder dan 35%. Eerder had de Raad geoordeeld dat het medisch onderzoek door het UWV niet zorgvuldig was verricht, waarna een nieuw onderzoek plaatsvond.
Tijdens het nieuwe medisch onderzoek is appellant fysiek onderzocht door een verzekeringsarts en zijn de klachten, zowel lichamelijk als psychisch, opnieuw beoordeeld. De verzekeringsarts concludeerde dat er geen aanwijzingen zijn voor een volledige arbeidsongeschiktheid en dat de beperkingen voldoende zijn meegenomen. De geselecteerde functies zijn medisch geschikt bevonden.
Appellant voerde aan dat zijn klachten zijn verergerd en dat hij niet in staat is om de geselecteerde functies uit te oefenen, mede vanwege taalproblemen. De Raad oordeelde dat de taalbeheersing voldoende is en dat de medische onderbouwing van het UWV toereikend is. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van minder dan 35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.